Zilveren lepel (Verkocht)
Tienen, 1787
Egidius Franciscus Cornelis Jr. (°Diest 1739 - Tienen 1804)
Cornelis Jr. ging in de leer bij de Brusselse zilversmid Jean Joseph Brichaut en werd poorter in Diest in 1757. Van 1761 tot 1771 werkte hij in Diest. Daar waren 4 edelsmeden actief, Cornelis was met een Tiense getrouwd en in Tienen was slechts 1 zilversmid (weduwe van C.J. Ducoron met helpers) gevestigd. Daarom diende hij een verzoek in om in Tienen te mogen werken. De zilversmeden van Leuven vreesden de concurrentie van Cornelis (Tienen wad dichter bij Leuven dan Diest), ze trachtten hem tegen te werken en zijn verzoek werd geweigerd door het ambacht. Het oordeel van de Jointe voor het Muntwezen (opgericht naar aanleiding van het edict van Maria Theresia van 19 september 1749 en met als opdracht erop toe te zien dat het edict werd toegepast) was echter gunstig en werd gevolgd door de Geheime Raad. Zo verkreeg Cornelis Jr. op 20 januari 1771 toelating om zich in Tienen te vestigen.
(Walter Van Dievoet, Edelsmeden in Vlaams-Brabant, Leuven 2000, p 166-167 en 177-179)
Wandelstok met vrijmetselaarssymboliek
Knop van ivoor Schacht opgebouwd uit ringetjes van diverse materialen (been, hoorn, ebbenhout) Originele ferrule ca. 1900
Lees meer